/
Ongecategoriseerd
13.01.2026
/2 min. readtime
Bestuurdersaansprakelijkheid: pandrecht en betalingsonwil
De ING had gelden tegoed van Standard Groep Holland BV (SGH). SGH zou nog gelden krijgen van het WNF en beloofde de ING het van WNF te ontvangen bedrag direct te betalen aan de ING en verstrekte aan ING een pandrecht op deze vordering ter zekerheid.
WNF betaalde SGH maar SGH betaalde niet conform afspraak aan de ING maar aan andere debiteuren van WNF. WNF had aan de ING behoren te betalen, in verband met het aan de ING toekomende pandrecht. De ING wiste achter het net, zowel door het handelen van SGH als van WNF. De ING stelde daarop een vordering in jegens de bestuurder van SGH op grond van betalingsonwil. De bestuurder handelde onrechtmatig, zo meende de ING, door te bewerkstellingen dat SGH de met de ING gemaakte afspraak niet nakwam.
De bestuurder verweerde zich met twee stellingen: (i) het zou de bestuurder vrij staan te bepalen welke crediteur hij wel/niet namens de vennootschap zou voldoen en (ii) de ING zou geen schade hebben geleden doordat zij haar pandrecht jegens WNF kon uitoefenen en alsnog betaling van WNF kon afdwingen.